Het hof van heden 2010-2011
Melech: M.K. Boersema
Yad Yamin: K.S. Tamminga
Zullen we het redden?
In de schemer is het goed. De zon verblindt er niemand onverbiddelijk. Het donker heerst er ook niet meedogenloos. Het halfdonker doet de mens simpelweg enigszins beseffen wie zij is. De deemstering leert een dispuut hoe te leven. Ook dit jaar. Althans, dat is de gedachte, dat is het idee.
Geweld was de rode draad in de afgelopen maanden. Melech Bosman confronteerde ons gedoseerd met Achterhuis, Fourniret en Pol Pot. Yad Yamim Harwig diende de koning trouw en droog. Het is niet zonder reden dat onder bezielende leiding van het heerlijke hof de schemer werkelijk schemer heeft kunnen zijn. Maar nu? In de verte klinkt de retorische vraag als een vuvuzela aan een blanke mond. Zullen wij het redden?
Aan de overkant van de oceaan spreekt Yad Yamim Tamminga de grote bruine broeder na; ‘Yes, we can’. Die voorbarige overwinningskreet der schemer wordt nog eens kracht bijgezet door Melech Boersema. Sinds enkele weken worden zijn immer glanzende blonde haren deels aan het zicht onttrokken door iets dat lijkt op een kroon. Zullen de blonde haren grijs worden of zullen we het redden? De pregnante stem van de schemering klinkt wederom: ‘Yes, we can’. En zo is het. Komend jaar zal NSjF door haar schemer de Kamper stad laten zien dat zij de Kamper stad is. In dit alles zal de literatuur de dikke rode draad zijn. Het leitmotiv. We lezen bij de schemerlamp uit verstofte boeken, we vieren in de avondschemering het goede leven en we overdenken in de ochtendgloren de verloren en toekomende tijd. We hangen de slingers op en verjagen wespen bij de appeltaart. Het wordt het jaar van de verbeelding en de zoektocht naar hetgeen we blijvend missen. Totdat Google bij het intypen van de letters NSjF niet aankomt met het North Sea Jazz Festival of het Nepal Sports Journalists Forum, maar het scherm schemerdonker kleurt. Om met Otten te spreken; een zoektocht naar Onze Lieve Vrouwe van de Schemering.
Hof van heden 2009 – 2010
Melech: J.A.G. Bosman
Yad Yamien: F. W. C. Harwig
Wiens ziel gericht blijft op God, terwijl ze door de spijker is doorboord, bevindt zich in het centrum van het heelal. Het ware centrum, dat niet óns midden is, en buiten tijd en ruimte is gelegen, dat is God.
Simone Weil in Wachten op God
Is dit de overwinning op de leegte? De Goddelijke gerichtheid van de ziel, als vervulling van het menselijk bestaan? Het is een begin, misschien. En laat ik mijzelf vooral niet overschreeuwen – wijsheden galmen gauw akelig hol in de leegte. Laat ik in navolging van bovengenoemde schrijfster verwijzen naar Efeziërs 3:18 en 19 en verder nederig zwijgen.
Want de spijker is wel degelijk diep in onze ziel gedreven. En hem verwijderen is funest. Alles zal verdwijnen in het gat dat dan ontstaat. Alle hoop, alle potentie, alle zin. Zo leerde ook de schemer zich vervelen. En in het sluipende duister is de loosheid het meest huiveringwekkend. De 'horor vacui' zelfs bijna gerechtvaardigd. Wat blijft er over dan het lot en absurde futiliteit?
Maar Noordmans wil gewoon lekker gáán. En Pascal wil verstrooid worden. En Nietzsche wil diep, diep eeuwig zijn. Daarom dansten wij op de golven van ons nautische karakter. Niemand heeft ons vooralsnog weten te verslaan in de grachtenrace. Geen zwaan jaagt ons schrik meer aan. Geen paard laten we de ons gegeven kaas van het brood in de bek schijten.
Christian Harwig heeft het begrepen. Hij vulde bij vlagen met vlammen de leegte en promoveerde met enig geluk van Efed tot Yad Yamien. Hij volgde Melech Bosman, de nieuwe glorierijke koning. Onvervaard op weg naar het geweld dat wacht. Dapper volgen nu ook de gibborim. Er staat iets te gebeuren. De verwerkelijking van een nieuwe eeuw. Nu mag je sterven gibbor Kamphuis. Of nog eenmaal stuiptrekken. Nu mag je leven gibbora Van der Wielen. Nog even. Nu mag je verdwijnen in de duisternis gibbor Nanninga, als de lokroep van Ninevé te sterk is. Nu mag je terugkeren gibbor Stolper. Kom, keer terug, al is het nog zo tijdelijk. L.U.X.O.R. hoog!

